Ik ben rood, sprak de kameleon op een dag tegen de donkerrode roos die voluit stond te bloeien in het sappige gras
Of ben ik groen, vroeg de kameleon toen hij een fractie later naar beneden keek.
Enigszins verward dwaalden zijn ogen omhoog, de blauwe hemel in.
Deze metafoor is uit het leven gegrepen. De kameleon valt steeds samen met zijn omgeving, hij is confluent. Er is geen onderscheid, hij is rood met de roos, groen met het gras en blauw met de lucht.
Maar als er geen onderscheid is, is er ook geen verbinding. Want voor verbinding heb je minimaal een ander nodig : om je mee te kúnnen verbinden. Confluentie is een mooie eigenschap, denk maar eens aan verliefdheid. Twee mensen die samenvloeien. Maar om dat nu altijd te doen.
De andere kant van confluentie is isolatie. Dan is er ook geen verbinding. Je bent zo bang voor samenvloeiing, voor beïnvloeding, dat je liever geen contacten aangaat, of alleen oppervlakkig. Je houdt mensen op een afstand.
Uit angst afgewezen te worden passen wij ons snel aan en verliezen de vrijheid om anders te zijn of te denken. De waardering voor het verschil wordt dan vervangen door de eis hetzelfde te zijn. Voor differentiatie is draagkracht nodig en zelfacceptatie, immers je moet het verschil kunnen dragen. Hiervoor is mildheid nodig. Voor jezelf. En voor anderen.
Ik word meer ik, naarmate jij meer jij voor mij wordt.
Drie vragen: Hoe verschillend mag de ander zijn? Hoe verschillend mag jijzelf zijn? Met welke verschillen tussen jou en anderen heb je moeite?
Een klein experiment
Ga eens voor jezelf na wat jouw 1e ervaring was dat je anders bleek te zijn, je 1e gevoel van onderscheid - van anders zijn -ten opzichte van anderen. En wat heb je met die ervaring gedaan (was je er blij mee, of maakte het je bang; ben je erbij gesteund, of moest je het alleen dragen).
Als je niet kiest wordt er voor je gekozen. Mensen die moeite hebben met differentiatie zijn stressgevoeliger. Waarom? Omdat ze niet durven te staan voor wat ze zelf willen, belangrijk vinden. Uit angst voor afwijzing, isolatie, eruit liggen, etc.
Maar wat er gebeurt, is dat jij je eigen keuzevrijheid opgeeft of uit handen geeft. En dat verhoogt de stressgevoeligheid. Want anderen gaan bepalen wanneer en wat jij moet doen. En dan krijg je een dagtaak om te zorgen dat die anderen doen wat jij wilt. Je raakt geheel gericht op de ander.
Bij confluentie durf je de verantwoordelijkheid voor je eigen zijn, keuzes en behoeften niet meer naar voren te brengen (en als dat maar lang genoeg duurt, raak je daar geheel verward over). En bij isolatie trek je jezelf terug en neem je ook geen verantwoordelijkheid voor je eigen zijn, keuzes en behoeften.
Verbinding met anderen is jezelf laten zien zoals je bent. Dat hoeft echt niet elk moment van de dag en bij iedereen. Maar door jezelf te laten kennen aan de geliefde ander, kan de ander jou zien en horen. En kan hij of zij zich aan jou laten kennen. Dan zien jullie overeenkomsten en verschillen tussen twee individuele mensen die er ieder en samen kunnen zijn.
Lef is het meervoud van leven, zegt Loesje. Zo is het maar net. Maar voor lef heb je een eigen basis nodig, je moet ergens vandaan kunnen vertrekken. En dat ergens ben jij. Je kunt nooit vertrekken van een illusie. Als jij alsmaar vertrekt van de idee hoe jij zou moeten zijn, kom je nooit bij de ander aan. Simpelweg omdat je nooit bent vertrokken.
|